06-05-2018
Maar opdat gij in deze staat godzaliglijk leven moogt, zo zult gij, ten andere, weten de oorzaken, waarom God de huwelijken staat heeft ingezet.
De eerste oorzaak is, opdat de een de ander trouw helpe en bijsta in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren. De andere, opdat zij hun kinderen die zij krijgen zullen, in de waarachtige kennis en vrees Gods, Hem ter eer en tot hun zaligheid opvoeden. De derde, opdat een iegelijk, alle onkuisheid en boze lusten vermijdende, met een goede en geruste consciëntie moge leven. Want om hoererij te vermijden, zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben en een iegelijk vrouw haar eigen man. Alzo dat allen, die tot hun jaren gekomen zijn en de gave der onthouding niet hebben, naar het bevel Gods, verbonden en schuldig zijn, zich tot den huwelijken staat, naar Christelijke ordening, met weten en wil hunner ouders, te begeven; opdat de tempel Gods, dat is ons lichaam, niet verontreinigd worde; want zo iemand den tempel Gods schendt, die zal God schenden.
1. Elkaar trouw helpen en bijstaan
2. Gaat heen en vermenigvuldigt u
3. Wie meent te staan
Psalm 127:2 en 3
Psalm 118:1 (na de geloofsbelijdenis)
Psalm 128:1, 2 en 4
Gebed des Heeren : 7
Psalm 25:6
Psalm 127
1 Een lied Hammaälôth, van Sálomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
2 Het is tevergeefs, dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft.
3 Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.
4 Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd.
5 Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort.
Psalmen 128
1 Een lied Hammaälôth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
2 Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.
3 Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.
4 Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.
5 De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;
6 En gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël!