09-05-2013

Datum:
09/05/2013
Predikant:
ds. J. Lohuis
Bijzonderheden:
Hemelvaartsdag
Thema:
Jezus gekroond
Tekst:
Hebreen 2 : 9a

Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond

Punten:

1. Als onderpand van Psalm 8
2. Tot uitvoering van Psalm 8
3. Als Hogepriester van Psalm 8

Zingen:

Psalm 68:9 en 10
Psalm 24:4 (na de geloofsbelijdenis)
Psalm 8:1, 4, 5 en 6
Psalm 47:3
Psalm 72:4

Schriftlezing:

Psalm 8
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
2 O HEERE, onze Heere! Hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.
3 Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
4 Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:
5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
6 En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
7 Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen: Gij hebt alles onder zijn voeten gezet:
8 Schapen en ossen, alle die: ook mede de dieren des velds.
9 Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee: hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.
10 O HEERE, onze Heere! Hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!
Hebreen 2:5-13
5 Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.
6 Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen: met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen:
8 Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij: doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn:
9 Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.
10 Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
11 Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een: om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
12 Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen: in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
13 En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.

Naar overzicht